‘Chinese woonpolitiek zorgt voor segregatie’

02 februari 2017 door Communicatie BK

De turbulente geschiedenis van de Chinese woonpolitiek pakt voor jonge mensen die een huis in de stad willen kopen vaak slecht uit, vooral voor plattelanders. Aspirant-kopers zijn afhankelijk van rijke ouders, constateert promovendus Wenjing Deng. Zij pleit voor herverdeling van welvaart.

Wonen in de stad was in de tijd van Mao een staatsaangelegenheid. De sociale woningen in de Volksrepubliek waren piepklein en eenvoudig, maar iedereen kreeg een huurhuisje toegewezen. De ontwikkeling richting markteconomie die partijleider Deng Xiaoping vanaf 1980 inzette, zou dat beeld rigoureus veranderen. Private en semiprivate ontwikkelaars en lokale overheden gingen investeren in huizen. Dat leverde betere en grotere huizen op, bestemd voor de happy few met wat meer geld – destijds vooral partijleden. De uitgifte van grond leverde steden geld op voor investeringen in infrastructuur en leningen aan huizenkopers.

Wie er in die eerste periode in slaagde een huis te kopen had geluk. Want met de snelle toename van de vraag naar deze zogenoemde ‘Commodity Housing’ stegen ook de prijzen van de private woningen pijlsnel. De sociale woningvoorraad verdampte: tegenwoordig is nog maar zo’n vier procent van het woningbestand staatseigendom.

De kwaliteit van de huizen ging flink vooruit, maar de enorme prijsstijgingen leidden met name in de steden tot problemen. “Tegenwoordig kosten huizen in een kleine Chinese stad zo’n zeven keer het gemiddelde jaarinkomen en in een grote stad soms wel twintig keer”, vertelt Wenjing Deng (OTB). “Daardoor kunnen bijna alleen mensen met rijke ouders een huis kopen.

Consequentie is dat veel mensen noodgedwongen op het platteland of  aan de stadsranden wonen. De waardeontwikkeling waar bestaande bewoners van steden van profiteren, gaat aan hun neus voorbij, sociale segregatie is het gevolg. Dat vraagt om een herverdeling van de rijkdom, stelt Deng. “Urbanisatie in China lijkt een soort interne kolonisatie, vergelijkbaar wat Europese landen in Afrika deden. Er zou meer welvaart vanuit de steden terug moeten vloeien naar plattelandsgebieden.

Ze schat dat zo’n 200 miljoen jonge stedelingen die afkomstig zijn van het platteland ernstige gevolgen ondervinden. Op de woningmarkt kunnen zij de concurrentie met rijkere leeftijdgenoten met een stedelijke achtergrond onmogelijk aan. “Het is een hardlooprace waarin niet iedereen hetzelfde startpunt heeft.

Haar promotieonderzoek ‘Housing chances of Chinese young people’ werkt ze uit in een viertal artikelen. De eerste twee schetsten de geschiedenis van de Chinese woonpolitiek en de mogelijkheden tot verbetering. De laatste twee zullen een beeld geven van de huidige praktijk. Dertig diepte-interviews met jonge Chinezen laten zien welke ingrijpende gevolgen de overheidspolitiek voor hen heeft.

Hoe herverdeling van de welvaart kan worden bereikt? De Chinese overheid is er nog niet over uit. Er wordt gesproken over het gebruik van instrumenten zoals onroerendgoed- en erfbelasting. Wenjing Deng pleit ook voor het geven van een stimulans aan stedelijke huizenbezitters om (leegstaande) woningen te verhuren. “Maar het is hoe dan ook een proces van de lange adem. Het gaat nog zeker dertig jaar duren voor we een eerlijker systeem hebben met kansen voor iedereen.

© 2017 TU Delft

Metamenu