RE-InVEST: “Met elkaar bashen schiet je weinig op, creativiteit werkt beter”

02 maart 2017 door Communicatie BK

Steeds meer Europeanen kunnen moeilijk rondkomen en voelen zich niet gehoord door de politiek. Terecht of onterecht? Het Europese project RE-InVEST onderzoekt het en bekijkt hoe we solidariteit en betrokkenheid kunnen vergroten. De faculteit Bouwkunde duikt ervoor in de Rotterdamse woningsector.

In een buurthuis in Rotterdam-Noord ging een team van OTB, corporatie Havensteder en de Rotterdamse Sociale Alliantie (RoSA) recentelijk het gesprek aan met bewoners met een huurachterstand. Hoe raakten zij in de problemen? En hoe denken ze die op te lossen? “Wat opviel was niet alleen de grote variatie aan oorzaken, maar ook de boosheid op de instanties”, zegt hoogleraar Marja Elsinga (OTB), die het project leidt. “Als mensen het zelf niet redden, zou het dan niet slim zijn voor instanties om met hen te gaan praten?”

In de bestaande praktijk gebeurt dat gewoonlijk niet. Het is een van de redenen waarom veel mensen zich buitengesloten voelen. De economische crisis en de inkrimping van de verzorgingsstaat hebben het er niet beter op gemaakt. Precies daarom stelde de Europese Unie in 2015 vanuit Horizon 2020 2,7 miljoen beschikbaar voor het grensoverschrijdende project. RE-InVEST moet bijdragen aan een Europese Unie die solidair is en 'inclusief'. Het project zoekt Europeanen op die buiten de boot dreigen te vallen. 

Verspreid over Europa doen negentien partijen mee, verdeeld in vijf thematische groepen. Die richten zich op basisvoorzieningen in de samenleving, zoals arbeidsmarkt, gezondheid, drinkwater en mensenrechten. In de categorie volkshuisvesting zijn behalve in Rotterdam ook onderzoeksprojecten gestart in Glasgow en Dublin.

De participerende aanpak heeft tot doel kwetsbare huishoudens en maatschappelijke organisaties een stem te geven. RE-InVEST bouwt daarbij voort op de ‘capability approach’ van Nobelprijswinnaar Amartya Sen. Deze Indiase econoom en filosoof betoogt dat vooruitgang en armoedebestrijding mogelijk worden wanneer burgers naar hun vermogen kunnen bijdragen aan hun eigen welzijn. Dat verschaft hen niet alleen economische, maar ook politieke en sociale vrijheid.

Dit betekent niet dat burgers het in een ‘participatiesamenleving’ allemaal zelf moeten uitzoeken. Maar ze moeten ook niet alles verwachten van de overheid. “De welvaartstaat zoals we die kenden is ten einde, je moet meer zelf opknappen”, zegt Elsinga. “Toch zouden corporaties huurders met betalingsachterstand moeten helpen een oplossing te vinden. Dat hoort bij de taak waarvoor ze in het leven zijn geroepen.”

Het team van OTB inventariseert de problemen van deelnemende huurders en maakt er een analyse van. Dat moet helpen om de onderliggende problemen te doorgronden. Bij de eerste ronde werd duidelijk dat een huurachterstand vaak een symptoom is van een breder probleem. Vaak spelen privéproblemen, werkloosheid en een gebrekkige opleiding mede een rol. Andersom is in het meest extreme geval van sociale uitsluiting – dakloosheid –huisvesting vaak de oplossing. Uit het individueel begeleid wonen traject ‘Housing First’ blijkt dat andere problemen vaak vanzelf verdwijnen wanneer een dakloze eenmaal een dak boven het hoofd heeft. Reden genoeg voor corporatie en huurder om toch nog eens samen naar een oplossing te zoeken voor betaalbaarheidsproblemen, nu en in de toekomst, stelt Elsinga. “Met elkaar bashen schieten beide weinig op.”

Het komt ook voor dat mensen in een veel te duur huis wonen. Volgens cijfers van het NIBUD liefst achttien procent van alle huurders. Voor Rotterdam zou dat mede reden moeten zijn om de voorgenomen sloop van duizenden goedkope woningen te heroverwegen en op zoek te gaan naar een antwoord op de vraag wat we betaalbaar vinden, stelt Elsinga. Er zijn minder subsidies, dus dit vergt nieuwe technische- en ontwerpoplossingen voor betaalbaar wonen. Een presentatie van de onderzoeksresultaten is geagendeerd voor de gemeenteraad van Rotterdam.

Het RE-InVEST project is nauw verbonden met het OTB onderzoeksprogramma ‘Housing in a Changing Society’.

© 2017 TU Delft

Metamenu