prof.ir. R.P.J. van Hees

Hoogleraar Heritage & Technology - Afdeling Architectural Engineering + Technology

Restaureren van historische gebouwen vergt gedegen kennis van bouwtechnieken uit het verleden, want anders doet het meer schade dan goed. Hoogleraar Rob van Hees doet vanuit zijn leerstoel Heritage & Technology onderzoek naar deze technische aspecten van architectonisch erfgoed.

Bijna tweeduizend jaar geleden al bouwden de Romeinen het Pantheon. De koepel ervan, geconstrueerd in Romeins beton, heeft een vrije overspanning van ruim 43 meter, een prestatie die pas in de Renaissance weer werd bereikt. Om het gewicht van de koepel te beperken pasten de bouwers, afhankelijk van de positie in de koepel een verschillende betonsamenstelling toe, met lichter toeslagmateriaal aan de bovenzijde, zwaarder aan de onderzijde. “Een prachtig voorbeeld van kennis uit het verleden, waarvan we nog steeds veel kunnen leren”, zegt Van Hees. “Maar we moeten dergelijke constructies ook leren doorgronden om ze te kunnen behouden.”

Van Hees (1952) heeft altijd een fascinatie gehad voor historische architectuur en de achterliggende technische bekwaamheid. In zijn werk als hoogleraar Heritage & Technology staan bestaande constructies centraal, zowel in het onderzoek als in het onderwijs. Kernvraag is het vinden van methoden om duurzaam en compatibel te herstellen.

Gemetselde constructies worden al duizenden jaren toegepast, maar dat betekent niet dat iedere soort mortel bruikbaar is voor restauratie. Bestaande gebouwen hebben elk hun specifieke materiaalkenmerken, die afhankelijk van hun ouderdom sterk verschillen. Zo gebruikten Romeinen puzzolane mortels op basis van vulkanische aarde om waterbestendig te kunnen metselen, terwijl in vroege Nederlandse constructies  gemalen tufsteen - tras – werd gebruikt als toeslagmateriaal om kalkmortels waterbestendig te maken.

Beginnen aan een restauratie zonder grondig onderzoek vooraf is een recept voor problemen, stelt Van Hees. “Bij restauraties is het belangrijk twee vuistregels in het oog te houden. Ten eerste: zorg dat je snapt waarom een technische ingreep nodig is – waarom is een gebouw of materiaal  aangetast? Ten tweede: zorg dat je het herstelt met een ‘compatibel’ materiaal, dat geen aanleiding geeft tot het ontstaan van schade aan het aanwezige historische materiaal en dat tegelijk zelf zo duurzaam mogelijk is.”

Als aantasting van een monument veroorzaakt wordt door tekortkomingen aan historische materialen kan dat een restauratiespecialist voor lastige keuzes stellen. Moet je een modern restauratiemateriaal gebruiken dat veel minder problemen heeft met bijvoorbeeld vochttransport? Of ontstaat daardoor elders nog grotere schade? Soms levert de zoektocht verrassende innovaties op. Zo was onderzoek naar zoutschademechanismes in Zeeuwse gebouwen aanleiding tot nu lopend promotieonderzoek naar zelfherstellende mortels, die bestand zijn tegen zoutindringing. “Maar je kunt ook kiezen voor een zelfopofferend materiaal om een bestaand materiaal te redden”, legt Van Hees uit.

Binnen het Delft Centre for Materials werkte de leerstoel Heritage & Technology al eerder mee aan onderzoek rond zelfherstellend gedrag van historische kalkmortels. Wanneer daarin scheurtjes ontstaan, gaan die onder bepaalde condities ‘vanzelf’ weer dicht.
Eerder uitgevoerd promotieonderzoek naar scheurpatronen in historische metselwerk kan mogelijk ook relevant zijn voor actuele zaken als aardbevingsschade in Noord-Nederland.

Een van de grote uitdagingen van de komende jaren is de ‘verduurzaming’ van monumentale gebouwen. Daarbij gaat het niet alleen om de ontwikkeling van methoden om monumenten energie-efficiënter te maken. Van Hees: “Het oogmerk is ‘durable & sustainable’ monumentenzorg: monumenten op zo’n wijze ‘verduurzamen’ dat er niet snel weer een nieuwe restauratieve ingreep nodig is. En toepassing van dusdanige materialen en technieken dat de monumentale waarde geen geweld wordt aangedaan.”

Rob van Hees is tevens werkzaam bij de afdeling Bouwmaterialen van TNO. Daar coördineert hij (inter)nationale onderzoeksprojecten op het gebied van restauratie en renovatie. Een van zijn andere rollen is die van lid van het programma managementteam van het dit jaar gestarte samenwerkingsverband MonumentenKennis tussen TU-Delft, TNO en de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) op het gebied van instandhouding van monumenten.

Onderwijsactiviteiten, publicaties en nevenwerkzaamheden

Naam auteur: internet-mc
© 2015 TU Delft

Metamenu