prof.dr. M.C. Kuipers

Hoogleraar Cultural Heritage - Afdeling Architectural Engineering + Technology

Monumenten hebben niet alleen geregeld onderhoud nodig, maar moeten ook een functie hebben die bij hen past. Onderzoek naar herbestemming van erfgoed ziet Marieke Kuipers als een van haar hoofdtaken als hoogleraar Cultural Heritage. Haar motto: het nieuwe nieuw is oud en nieuw.

Veel architecten van het Nieuwe Bouwen, de moderniseringsgolf uit de vorige eeuw, waren groot voorstander van vervanging van het oude. Nieuwe, technisch hoogwaardige gebouwen zouden alle problemen oplossen van de traditionele bouw. “Inmiddels leven we in een nieuwe werkelijkheid”, zegt Marieke Kuipers. “Slopen is vanuit het oogpunt van milieu en culturele duurzaamheid lang niet altijd de beste oplossing.”

Ironisch genoeg is behoud van jonge monumenten, waaronder die van het Nieuwe Bouwen, een van haar specialismen geworden. Kuipers (1951) geeft er sinds 2008 onderwijs over als hoogleraar Cultureel Erfgoed. Al sinds 1977 houdt ze zich met monumenten bezig in dienst van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg -  tegenwoordig Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Daarbij legde ze zich steeds meer toe op gebouwen uit de periode na 1850. Dat doet zij ook voor Docomomo, de internationale non-profit organisatie voor het Documenteren en Conserveren van Moderne monumenten. Ze is ook betrokken bij ICOMOS (de internationale ngo voor monumentenzorg) en advisering voor 20ste-eeuws Werelderfgoed.

Het vinden van nieuwe functies voor gebouwen die het behouden waard zijn, vergt veel inventiviteit in tijden van grote leegstand. Het vergt ook veranderingen in het onderwijs, want de faculteit Bouwkunde kan niet alleen mensen afleveren die slechts van nul af kunnen ontwerpen. Kuipers: “De kunst is, toekomstige ontwerpers en opdrachtgevers bij te brengen dat je oplossingen moet creëren vanuit bestaande gebouwen. Dat vergt onderzoek naar en reflectie op de historische en materiële waarde van erfgoed.”

Ingrijpende transformaties van monumentale gebouwen waren vroeger vooral voorbehouden aan industrieel erfgoed. Havenpakhuizen veranderen in appartementencomplexen en fabrieken werden omgebouwd tot kantoren. De laatste decennia is het beleid ten aanzien van zichtbare ingrepen en uitbreidingen van monumenten veel ruimhartiger. Zelfs de klassieke restauratie-ethiek – toevoegingen moeten omkeerbaar zijn – is voor veel gebouwen niet meer heilig. Het komt voor dat eeuwenoude kerken worden aangepast voor meervoudig gebruik. Het is een onontkoombare ontwikkeling, constateert Kuipers. Want ook monumenten moeten mee in de dynamiek van de stadsontwikkeling. Zij pleit voor ‘geïntegreerde conservatie’: strategieën waarbij behoud en ontwikkeling hand in hand gaan. De balans vinden is lastig, want de technieken en materialen van vandaag kunnen sterk verschillen van die uit verleden. Maar het is wel mogelijk. “Ontwerpers moeten bij herbestemmingen cultuurhistorisch bewust te werk kunnen gaan. Ze moeten de toleranties voor verandering leren vinden.”

In andere landen bestaat ook behoefte aan ‘geïntegreerde conservatie’. Vanuit de leerstoel Cultureel Erfgoed en haar RCE-werkverband werkt ze in het kader van het programma ‘Gedeeld Cultureel Erfgoed’ samen met onder meer Zuid-Afrika en Rusland. Met de Universiteit Pretoria lopen onderzoeken naar het ‘Wilhelmiense’ erfgoed van Nederlandse architecten en ingenieurs uit de tijd van de Boerenrepubliek van Paul Kruger.

De Russische onderzoeksprojecten zijn gericht op gedeeld Russisch-Nederlands erfgoed van Hollandse tuinen in Moskou (Lefortovo Park) en van twintigste-eeuwse pioniers in Siberië (mijnwerkerskolonie Krasnaya Gorka).

Met Marlite Halbertsma schreef Marieke Kuipers ‘Het Erfgoeduniversum, een inleiding in de theorie en praktijk van cultuur erfgoed’ (2014). Dit overzicht laat zien dat het bij behoud van erfgoed niet alleen gaat om instandhouding van gebouwen, maar dat monumenten ten diepste zijn verbonden met de geschiedenis en tradities van een land. Behoud daarvan is onderdeel van de nationale identiteit. “Als je teveel sloopt of verandert, ben je iets voorgoed kwijt. Je moet dus zuinig zijn op een gebouw uit de tiende eeuw, maar ook op 19de en 20ste eeuwse bouwwerken.”
Kuipers begeleidt momenteel twee promovendi die onderzoek doen naar de effecten van nieuwe ingrepen in beschermde monumenten en de tolerantie voor verandering. Het is bij uitstek de test hoe oud en nieuw kunnen samengaan in architectuur en erfgoed.

Onderwijsactiviteiten, publicaties en nevenwerkzaamheden

    Naam auteur: Webredactie
    © 2016 TU Delft

    Metamenu