Prof.dr.ing. C.M. Hein

Hoogleraar Architectuur & Stedenbouw Geschiedenis - Afdeling Architecture

Zonder kennis van de geschiedenis is het heden niet te begrijpen. Dat geldt ook voor de architectuur. Hoogleraar Carola Hein wil het historisch inzicht van studenten vergroten en hen tot kritisch denkende architecten opleiden.

“Wat onderscheidt architectuur zoals ze die in China maken van die in Nederland? Het culturele klimaat waarin ze ontstaat, de genius loci”, zegt Hein. “En die wordt bepaald door de geschiedenis.”
Eigentijdse discussies over Smart Cities of stedenbouw van de toekomst zijn ondenkbaar zonder grondige analyse van de geschiedenis, stelt Hein. Onze steden zijn grotendeels al gebouwd, je kunt niet vanaf nul beginnen. De taak van de leerstoel Geschiedenis van Architectuur & Stedenbouw is daarom vooral het verkennen en in kaart brengen van lange termijn ontwikkelingen in de gebouwde omgeving. “Ik probeer ideeën en ontwikkeling uit het verleden te linken aan de huidige tijd. De geschiedenis houdt niet tien jaar geleden op, zoals veel historici lijken te denken, het is één continu geheel.”

Carola Hein kreeg de belangstelling voor architectuur en architectuurgeschiedenis met de paplepel ingegoten. Ze werd geboren in Hamburg. Die stad werd in de Tweede Wereldoorlog vrijwel volledig verwoest, maar wist toch haar historische identiteit in grote mate te reconstrueren. Een van de onderwerpen waarin ze zich de in de afgelopen jaren verdiepte, was de manier waarop steden wereldwijd met dergelijke grote schokken omgaan. Ze woonde en werkte enkele jaren in Japan, waar bij de wederopbouw verassend genoeg werd teruggegrepen op Duitse stedenbouwkundige ‘kookboeken’ uit de jaren ’30. Ze deed ook onderzoek in Brussel, waar grootschalige sloop van het oude ten faveure van het nieuwe – de Europese hoofdstad – een streep zette door de historie. Wat de achterliggende drijfveren waren? Daarvoor is onderzoek ter plaatse nodig en studie van de achterliggende theorie. “De communistische planningstraditie in Rusland kun je ook niet begrijpen zonder hun leerboeken en bouwprestaties te onderzoeken. Als we hier architecten willen voorbereiden op wereldwijd werken, moeten we hen bekend maken met de manier waarop andere landen met hun geschiedenis omgaan.” Zonder dat word je nooit een kritische architect, gelooft ze.   

Dieperliggende motieven zijn  ook in kaart te brengen door analyseren van economische achtergronden. Als hoogleraar aan het Bryn Mawr College (Pennsylvania) volgde ze het spoor van grondstoffen, in het bijzonder dat van olie. Dit onderzoek (“Global Architecture of Oil”) zet ze voort in Delft. Door wereldwijde oliestromen te analyseren – van winningslocatie tot aan de pomp – ontstaat een beeld van de architectonische gevolgen. Bijvoorbeeld hoe Rotterdam en Antwerpen parallelle stedenbouwkundige ontwikkelingen doormaakten als gevolg van de aanleg van een oliepijpleiding tussen de twee steden. Een hoe het aanzien van steden en dorpen veranderde door talloze architectonisch identieke pompstations.

Alleen door objectieve vaststelling van historische feiten kan de geschiedenis fungeren als basis voor ontwerpen, onderstreept Hein. Ze waarschuwt voor ‘instrumenteel’ gebruik van de  geschiedenis – het uitpikken van geschiedenisfeiten die toevallig goed van pas komen. Daarvoor is de geschiedenis veel te veelzijdig. “Tegen mijn studenten zeg ik altijd dat er niet één geschiedenis is. Gebruik verschillende leerboeken en schrijf je eigen verhaal.”

Meer informatie

© 2017 TU Delft

Metamenu